Narratieven van oorlogsvluchtelingen. Omgaan met het chaosverhaal. 

Voor oorlogsvluchtelingen is het vaak immens moeilijk om de hoeveelheid aan emoties en ervaringen te ordenen in een heldere structuur. Wie in contact komt met interviewers die een gestructureerd verhaal verwacht, kan in de war geraken.

Juist diegenen die aan ontmenselijkende ervaringen ontsnapt zijn, vragen om een luisterend oor. Daarbij oordeelt de luisteraar niet over de chaos of de ongemakkelijke stiltes, maar resoneert hij of zij met het verhaal van de verteller.

Het Sieraad van Siena is de etic vertaling van een verhaal van een Tsjetsjeense vrouw  die met 2 kinderen gevlucht is tijdens de tweede oorlog met Rusland.

Op donderdag 27 maart komt ze stipt om 5 uur  aanlopen in de stationshal van Sint-Niklaas. Mijn kamertje voor het interview is even om de hoek. Ze is net naar de bediendencursus van de VDAB geweest. Vanmorgen om 8 uur was ze al op de Markt.

Ze is alleenstaand met 2 zoons van 14 en 17.

Siena vertelt niet graag over Tsjetsjenië. Maar als ze over haar halsketting mag praten, klaart ze een beetje op. Dit is haar verhaal.

Ik heb deze halsketting van mijn grootmoeder gekregen. Ik was haar eerste kleinkind. Het is een gouden boekje met 2 kleine kaartjes in, zo groot als een vingerkootje. De Arabische spreuk die erop staat zegt “alleen waarheid heeft waarde” of “eerlijkheid gaat boven alles”.

Mijn grootmoeder woonde lang bij ons. Ik herinner me hoe ze altijd aan het wenen was, altijd. Maar als kind besefte ik niet waarom dat was.

Toen ik klein was, logeerde ik elke vakantie bij mijn grootouders op het platteland. Grootvader had een grote houten bank voor zijn huis.  Daar zat hij altijd op te bidden. Je mocht hem niet storen.  Je moest blijven wachten tot hij teken deed dat je naast hem mocht zitten. Dan was hij klaar met het lezen van een soera.

Als kind leerden wij allemaal de Koran van buiten.

Ik kan sommige soera opzeggen, maar ik kan het niet lezen. Als iemand je sponsort of als je geld hebt kan je naar Mekka gaan.

Mijn overgrootvader is te voet naar Mekka gegaan. Op de terugweg is hij gestorven.

Mijn grootvader was een rijk man. Hij had veel schapen en werkte hard. Als een schaap werd geslacht, werd dat gedeeld met de buren. Toen de TSJIKA (geheime dienst) kwam moest hij alles afgeven.

In de Sovjettijd moesten ze in een COMMUNA leven, een kolchoze. Hij was voorzitter van de communa. Op een dag moest hij naar een vergadering. Mijn vader was toen 5 jaar oud en bleef bij grootmoeder. Grootvader kwam niet terug. Nooit meer.

Op een dag kwam iemand zeggen dat hij grootvader gezien had. Hij stond in een lange rij mensen, gebonden aan handen en voeten. Niemand wist verder iets. We hoopten elke dag dat hij zou terugkomen. Een getuige vertelde dat hij achtergelaten was aan de Zwarte zee. Daar is hij van dorst en honger omgekomen.

Pas in de jaren ’70 hebben we een begrafenis kunnen houden. Het was een ritueel met de familie.

En nu besef ik waarom mijn grootmoeder altijd moest wenen. Nu besef ik heel goed wat zij heeft meegemaakt.

In haar ogen zie ik het grote verdriet van haar verlies. Ze zegt: “verontschuldig me, maar mijn stem is altijd moe.” Als ze even later weer een beetje op adem is, pakt ze iets uit haar tas.

Mijn oudste zoon heeft een tijdje geleden mijn dagboek gelezen. Ik heb het toen vernietigd en nu heb ik spijt. Ik was altijd aan het schrijven. Het hielp mij. Ik MOEST. Ik wil het opnieuw schrijven. Ik ga het doen.  Eerst wil ik mijn moeder terugzien. Zij woont bij mijn broer. Oude mensen mogen niet alleen wonen. Ik bel elke dag naar Tsjetsjenië.

Weet je, in Tsjetsjenië worden oudere mensen met respect behandeld. Als je weggaat zeg je “wij zijn weg” en als je terugkomt spreek je ook.

De kinderen die hier in België opgroeien, moeten nog veel leren. Er kwam iemand bij ons langs en mijn zoon stond niet op. Hij keek verder naar TV. Deze kinderen hebben geen familie, ze hebben geen voorbeeld. Ik moet hen alles zelf leren. Maar ze willen niet over deze zaken praten.

Etiket van een casettebandjeGisteren vond ik dit.

Het is een oud cassettedoosje, dat had hij verstopt. Hij heeft er iets in het Russisch en Tsjetsjeens op geschreven toen hij 10 jaar was. We woonden hier pas.

“Goddank binnenkort zal de oorlog voorbij zijn en dan zullen wij snel terug naar huis gaan.

Lieve Mama wordt niet ziek.”

Kan je je voorstellen wat dit kind van 10 jaar dacht?

Ik ga er later met hem over praten. Ik ga het niet wegdoen.

Berkel, Siena, voor je verhaal.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren